5. Ast Vanacker

Roterijen, met hun typische hoge schoorstenen, waren ooit beeldbepalend in onze streek. Vandaag zijn deze stille getuigen van een roemrijk vlasverleden bijna volledig verdwenen. Maar niet alleen het vlas kende hier een bloeiende tijd, ook de chicorie was ooit een belangrijk product. In onze gemeente stonden vroeger maar liefst elf werkende asten. 

Chicorei is nauw verwant aan witloof en andijvie. Terwijl witloof de jonge, in het donker gebleven scheuten oplevert, wordt bij chicorei vooral de wortel gebruikt. Die wortels worden gedroogd en gemalen tot een cafeïnevrije drank, bekend als "namaakkoffie". De smaak is iets bitterder dan gewone koffie, maar chicorei was ooit een onmisbaar product in vele huishoudens.

Vanackers ast: een stukje Oostrozebeeks verleden

Wie de Hoogleenstraat kent, weet meteen waar “Vanackers ast” staat. De ast werd in 1923 gebouwd en kreeg haar bijnaam toen Remi Vanacker ze overnam. Remi had het vak geleerd van zijn vader Jules, die zelf een ast uitbaatte. Toen hij in 1933 naar Oostrozebeke verhuisde, hoorde hij dat de ast van Remi Dobbels te koop stond. Ze bracht al enkele jaren minder op, maar Remi zag er toch kansen in. Samen met zijn vrouw Maria Verstraete had hij wat spaargeld en op aanraden van dokter Lootens kocht hij de ast. Niet veel later stortte de Algemene Bankvereniging – gelinkt aan de Boerenbond – in, waardoor duizenden boeren hun spaargeld verloren. Remi had dus net op tijd gehandeld.

Het werk in de ast liep van september tot eind december en was bijzonder zwaar, zeker in deze ast met drie drooglagen. Chicoreiwortels wassen, snijden, vervoeren, roosteren en branden: bijna alles gebeurde met de hand. Jaarlijks werd tot 200.000 kilo cokes verstookt, waardoor de temperatuur opliep tot 60 à 80°C. Buiten het chicoreiseizoen viel het werk stil, maar Remi zat nooit lang zonder werk. Tijdens de oorlog droogde hij suikerbieten voor verschillende brouwerijen, onder andere Vondel uit Meulebeke, voor de productie van bruin bier en stout. 

Een tijdlang kwamen zelfs grote ladingen denappels uit de Kempen naar de ast. Door ze op te warmen lieten ze hun zaden los, die daarna via een trommelzwierder werden gescheiden, verpakt en naar de Verenigde Staten – vooral Massachusetts – verstuurd werden. Daar waren de zaden erg geliefd voor bosaanplanting en de teelt van kerstbomen.

In 1982 werd de ast verhoogd om nieuwe, modernere machines te kunnen plaatsen. Maar ondertussen werd koffie uit het buitenland steeds betaalbaarder en verloor chicorei aan belang. Vandaag wordt chicorei vooral nog geteeld voor inuline (een voedingsvezel) en fructose, twee ingrediënten die veel gebruikt worden in de voedingsindustrie.

Het harde leven in een ast werd mooi beschreven door Stijn Streuvels in zijn verhaal “Het leven en dood in den ast” (1926).