Stedenbouwkundige verordeningen Printvriendelijke versiePDFVorige pagina

Wat?
Stedenbouwkundige verordening leggen voor het grondgebied een aantal stedenbouwkundige regels vast. Deze regels kunnen heel divers zijn: kwaliteit van gebouwen, vergunningsplichtig stellen van bepaalde werken, lasten bij het uitvoeren van vergunningen,…
De stedenbouwkundige verordeningen vervangen de vroegere bouwverordeningen en verkavelingsverordeningen.

Elke overheid kan stedenbouwkundige verordeningen laten vaststellen. Een verordening van een lagere overheid mag niet strijdig zijn met een verordening van een hogere overheid. Er zijn 3 soorten: gewestelijke, provinciale en gemeentelijke verordeningen.

Volgende stedenbouwkundige verordeningen zijn van toepassing binnen de gemeente:

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen:

Provinciale stedenbouwkundige verordeningen:

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen:

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen betreffende de lozing van huishoudelijk afvalwater, de verplichte aansluiting op de openbare riolering en de afkoppeling van hemelwater afkomstig van particuliere woningen.

Deze verordening werd opgemaakt in het kader van de bescherming van het oppervlakte- en grondwater.

In deze verordening wordt de verplichting tot aansluiting op de openbare riolering of de verplichte zuivering van het huishoudelijke afvalwater indien aansluiting op de openbare riolering niet mogelijk is voorzien. Wat het hemelwater betreft voorziet de stedenbouwkundige verordening in de verplichte buffering en hergebruik van hemelwater.

Reglement: pdf (info)

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening betreffende het overwelven van baangrachten

Deze verordening werd opgemaakt in het kader van de samenwerkingsovereenkomst 2002 – 2004 “milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling”.

Het doel van deze verordening is om het bestaande grachtenstelsel te herwaarderen. Door het overwelven van baangrachten wordt hemelwater immers versneld afgevoerd, de bergingscapaciteit verkleint en wordt de mogelijkheid ontnomen om het hemelwater in de bodem te infiltreren.

Verder hebben grachten een ecologische functie o.a. in het kader van de nazuivering van gezuiverd afvalwater en verontreinigd hemelwater.
Daarom worden overwelvingen door deze stedenbouwkundige verordening beperkt tot een maximale breedte van 5 meter.
Afwijking zij enkel mogelijk bij onbebouwde percelen in woongebied die liggen langs een straat waarvan de gracht hoofdzakelijk is in gebuisd om redenen van veiligheid, geurhinder en reukhinder. Dit kan enkel mits grondige motivatie.

Reglement: pdf (info)

Naar boven