Wegwijzer:

Algemene milieubelasting voor de aanslagjaren 2008 tot en met 2013 Printvriendelijke versiePDFVorige pagina

Wat?
Er wordt een algemene milieubelasting ten behoeve van de gemeente gevestigd.

Voor wie?
Enkele begrippen:
Wonen: op 1 januari van het dienstjaar gedomicilieerd zijn in de gemeente, door inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister.
Verblijven in de gemeente: op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente kunnen beschikken over een woongelegenheid zonder voor deze woongelegenheid ingeschreven te zijn in de bevolkingsregisters van de gemeente.
Woongelegenheid: elke private woongelegenheid die door de eigenaar of huurder ervan niet tot hoofdverblijf dient maar op elk ogenblik door hen voor bewoning kan gebruikt worden.
Gezin: hetzij een persoon die gewoonlijk alleen leeft, hetzij een vereniging van twee of meer mensen, die - al dan niet door familiebanden gebonden - gewoonlijk eenzelfd woning of woongelegenheid betrekken en er samen leven.

De algemene milieubelasting is verschuldigd per jaar en per gezin en wordt ten laste gelegd van elk gezin dat gewoonlijk of tijdelijk op het grondgebied van de gemeente woont of verblijft. Ieder begonnen jaar is volledig verschuldigd, met dien verstande dat op 1 januari bestaande toestand in aanmerking genomen wordt. Indien het gezin van de belastingplichtige op hetzelfde adres is gehuisvest als één van de hieronder vermelde belastingplichtigen, is de belasting echter eenmaal verschuldigd uit hoofde van het gezin.

De algemene milieubelasting is eveneens verschuldigd voor ieder natuurlijk persoon of hoofdelijk door de leden van elke vereniging die op 1 januari van het aanslagjaar een zelfstandig of vrij beroep uitoefenen of door ieder natuurlijk en rechtspersoon die op dezelfde datum als hoofd- en/of bijkomende activiteit een commerciële, industriële, landbouw- of dienstverlenende activiteit uitoefent op het grondgebied van de gemeente. De belasting is verschuldigd door de gebruiker of de huurder of bij gebreke door de eigenaar van het onroerend goed waar één of meerdere van de bovenvermelde activiteiten wordt uitgeoefend. Indien het onroerend goed door meerdere bedrijven wordt gebruikt, is de belasting verschuldigd door het bedrijf dat de grootste oppervlakte inneemt.

De belasting is niet toepasselijk op onroerende goederen of delen van onroerende goederen bestemd voor een dienst van openbaar nut, hetzij deze dienst al dan niet kosteloos wordt verstrekt, zelfs wanneer deze goederen geen domeingoederen zijn of rechtstreeks of onrechtstreeks door de federale of gewestelijke overheid of door zijn aangestelde in huur worden genomen. Deze vrijstelling betreft niet de delen van de onroerende goederen die door de aangestelde van de federale of gewestelijke of provinciale overheid ten privaten titel en voor hun persoonlijk gebruik worden betrokken.

Waar kan ik terecht?
Financiële dienst

Wat kost het?
-20,00 euro voor de eenpersoonsgezinnen
-35,00 euro voor de tweepersoonsgezinnen
-40,00 euro voor de gezinnen van 3 of meer personen
-20,00 euro voor ieder natuurlijk persoon of hoofdelijk door de leden van elke vereniging die op 1 januari van het aanslagjaar een zelfstandig of vrij beroep uitoefenen of door ieder natuuurlijk en rechtspersoon die dezelfde datum als hoofd- en/of bijkomende activiteit een commerciële, industriële, landbouw- of dienstverlenende activiteit uitoefent op het grondgebied van de gemeente.

Afwijking:
De belasting bedraagt 20,00 euro voor:
-de gezinnen met drie of meer kinderen onder de 18 jaar (referentiedatum 1 januari van het aanslagjaar) die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van de gemeente Oostrozebeke, waarbij een mindervalide kind onder de 18 jaar beschouwd wordt als twee kinderen ten laste. Als mindervalide kind wordt beschouwd een kind dat recht heeft op bijkomende tegemoetkoming voor mindervaliden als gevolg van een ongeschikt van minstens 66% op basis van de oude wetgeving (koninklijk besluit van 3 mei 1991) of 9 punten op de sociaal-medische schaal op basis van de nieuwe wetgeving (koninklijk besluit van 28 maart 2003). Het gezinshoofd bezorgt een attest waaruit blijkt dat het kind voldoet aan één van bovenvermelde voorwaarden.
-de belastingplichtige die een leefloon van het OCMW van Oostrozebeke ontvangt op 1 januari van het dienstjaar.

Wat moet ik meebrengen?
Mindervaliditeit bij kinderen -18 jaar: attest betreffende ongeschiktheid van minstens 66% invaliditeit afgeleverd door Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid of attest 9 punten op de sociale medische schaal.

Stappen?
De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen de belastingaanslag bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen of via e-mail op het e-mailadres belastingen@oostrozebeke.be worden ingediend, ondertekend zijn en worden gemotiveerd. De indiening van het bezwaar moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt: de naam, hoedanigheid, het adres of zetel van de belastingschuldige; het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden moet dit uitdrukkelijk vermelden in zijn bezwaar. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verzonden, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan naar enerzijds de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds de financieel beheerder.

Formulier
Aanslagbiljet

Regelgeving & Links
De belasting wordt ingevorderd met toepassing van de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 1998 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6, 7 tot en met 9 van het wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit wetboek en latere wijzigingen van toepassing, voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.
belastingreglement (info)

Naar boven