Wegwijzer:

Belasting op gebouwen en/of woningen die beschouwd worden als ongeschikt of onbewoonbaar Printvriendelijke versiePDFVorige pagina

Wat?
Er wordt een gemeentebelasting gevestigd op gebouwen en/of woningen die worden beschouwd als ongeschikt of onbewoonbaar.

Gebouw:
Elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, dat niet beantwoordt aan de definitie van woning en niet valt onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995 en latere wijzigingen, houdende de maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

Woning:
Elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande

Ongeschikte woning:
Een woning die niet beantwoordt aan de veiligheids-, gezondheids- of kwaliteitsnormen, opgelegd door de Vlaamse Wooncode.

Onbewoonbare woning:
Een woning die op grond van veiligheids- en/of gezondheidsaspecten niet meer bewoond mag worden.

Renovatienota:
Een nota die bestaat uit
* een overzicht van welke stedenbouwkundig niet vergunningsplichtige werken worden uitgevoerd met het oog op het wegwerken van de vastgestelde gebreken
* een gedetailleerd tijdschema waarin wordt aangegeven binnen welke periode de werken zullen worden uitgevoerd
* een kopie van de offertes of facturen waaruit blijkt dat de werken uitgevoerd zijn of uitgevoerd zullen worden
* plan of schets en enkele foto's van de bestaande toestand van het te renoveren gedeelte.

Voor wie?
Als belastingplichtige wordt beschouwd de houder van één van de hierna vermelde zakelijke rechten met betrekking tot een gebouw en/of woning op het ogenblik van de opname in onderstaande inventaris:
a) de volle eigendom
b) het recht van opstal of van erfpacht
c) het vruchtgebruik
In geval van overdracht onder levenden, wordt de hoedanigheid van eigenaar beoordeeld op de datum van de authentieke van de overdracht.

Indien er een erfpacht of opstalrecht betaat, is de belasting verschuldigd door de erfpachter of opstalhouder. In geval van vruchtgebruik, is de vruchtgebruiker belastingplichting.

Zolang het gebouw, de woning en/of het perceel niet is geschrapt uit de gemeentelijke inventaris, wordt de houder van een zakelijk recht op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt als belastingplichtige van de nieuwe belasting beschouwd.

Behoort één van de zakelijke rechten in onverdeeldheid toe aan meer dan één persoon dan geldt de onverdeeldheid als belastingplichtige. De leden van de onverdeeldheid zijn gehouden tot betaling van het verschuldigde bedrag à rato van hun deel in de onverdeeldheid.

Degene die een zakelijk recht overdraagt moet de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht van het zakelijk recht via een aangetekend schrijven en/of tegen ontvangstbewijs in kennis stellen van de opname van het gebouw, de woning en/of het perceel in de gemeentelijke inventaris.
Degene die het zakelijk overdraagt bezorgt binnen de maand na het verlijden van de notariële akte aan de administratie een kopie van de authentieke akte.

Vrijstellingen
De houder van een zakelijk recht wordt vrijgesteld van belasting:
1) Indien hij het gebouw en/of woning volledig en uitsluitend gebruikt als zijn hoofdverblijfplaats en hij over geen andere woning beschikt
2) Indien de woning of het gebouw minder dan twee jaar in zijn bezit is. De datum van de feitelijke eigendomsoverdracht is hierbij bepalend (geregeld via authentieke akte of desgevallend via een verkoopsovereenkomst die meteen de volledige eigendomsoverdracht regelt).
Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan vennootschappen waarin de vroegere houder van het zakelijk recht participeert, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor meer dan 10 procent van het aandeelhouderschap.
3) Indien hij een stedenbouwkundige vergunning voorlegt waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren. De vrijstelling gaat in vanaf de datum van toekenning van de stedenbouwkundige vergunning.
Als de belastingplichtige binnen de termijn van twee maanden na kennisgeving van de administratieve akte een niet-vervallen stedenbouwkundige vergunning voorlegt die dateert van voor de kennisgeving, op basis waarvan de eerste inventarisatie van het gebouw en/of de woning gebeurt, dan gaat de vrijstelling in op de datum van de inventarisatie.
De periode van vrijstelling duurt één jaar. Op basis van een gemotiveerde schriftelijke aanvraag gericht aan de administratie kan de houder van het zakelijk recht uitzonderlijk een verlenging van de vrijstelling verkrijgen van driemaal 1 jaar. Deze aanvraag moet uiterlijk 3 maanden voor het verstrijken van de vrijstellingsperiode aangevraagd worden. Er is geen combinatie van vrijstelling mogelijk met 4).
4) Indien hij een renovatienota voorlegt waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren.
Als de belastingplichtige tijdens de termijn van twee maanden na kennisgeving van de administratieve akte een renovatienota voorlegt (bij voorkeur via standaardformulier dat ter beschikking gesteld wordt door de administratie) waaruit o.m. blijkt dat de werkzaamheden al zijn aangevat voor de datum van de kennisgeving, op basis waarvan de eerste inventarisatie van het gebouw en/of woning gebeurt, dan gaat de vrijstelling in op de datum van de inventarisatie in plaats van op de datum waarop de renovatienota voorgelegd wordt.
De periode van vrijstelling duurt één jaar. Op basis van een gemotiveerde schriftelijke aanvraag gericht aan de administratie kan de houder van het zakelijk recht uitzonderlijk een verlenging van de vrijstelling verkrijgen van driemaal 1 jaar. Deze aanvraag moet uiterlijk 3 maanden voor het verstrijken van de vrijstellingsperiode aangevraagd worden. Er is geen combinatie van vrijstelling mogelijk met 3).
5) Indien:
*) de gebouwen en/of woningen binnen de grenzen liggen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteingeningsplan of waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid
*) de gebouwen en/of woningen die krachtens het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten zijn beschermd als monument en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard restauratiepremiedossier is ingediend, gedurende de termijn van behandeling
*) de gebouwen en/of woningen die getroffen zijn door een ramp, die zich heeft voorgedaan onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige, gedurende een periode van 2 jaar volgend op de datum van de ramp
*) de gebouwen en/of woningen waarvan het effectief gebruik onmogelijk is omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, vanaf het begin van de onmogelijkheid tot effectief gebruik tot 2 jaar na het einde van de onmogelijkheid.
6) Indien die houder
*) een sociale huisvestingsmaatschappij is, die door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen erkend is
*) het OCMW
*) de gemeente
*) of een autonoom gemeentebedrijf is.

Waar kan ik terecht?
Huisvestingsdienst Regio Izegem: 051 32 16 22
Deze dienst werkt in opdracht van het gemeentebestuur.

U kan de dienst in Oostrozebeke bereiken op 056 67 11 89 op:
Iedere dinsdag van 15 uur tot 18 uur
Iedere vrijdag van 9 uur tot 12 uur 

Wat kost het?
Het bedrag van de belasting is gelijk aan:
- 750,00 euro indien het gebouw 1 jaar zonder onderbreking is opgenomen in de inventaris.
- 1 500,00 euro indien het gebouw 2 jaren zonder onderbreking is opgenomen in de inventaris.
- 2 250,00 euro indien het gebouw 3 jaren zonder onderbreking is opgenomen in de inventaris.

Het bedrag van de belasting voor een woning of gebouw die al voorkomt op de gemeentelijke inventaris van leegstaande of onafgewerkte gebouwen en/of woningen wordt berekend op basis van de formule bepaald in de verordening van belasting op gebouwen en/of woningen die beschouwd worden als leegstaand, of onafgewerkt.

Wat zijn de stappen?
Inventarisatie:
De administratie maakt een gemeentelijke inventaris met afzonderlijke lijst van ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen op basis van de Vlaamse Wooncode en/of de nieuwe gemeentewet.

Inventarisatiedatum:
De inventarisatie van een ongeschikt- en/of onbewoonbaar verklaarde woning, gebeurt op datum van het respectievelijke besluit van de burgemeester of bevoegde minister.
Voor woningen en gebouwen die al ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaard werden voor 14 april 2005, gebeurt de inventarisatie op 14 april 2005, datum van de eerste invoering van de gemeentelijke verordening.
De administratie geeft de houder van het zakelijk recht bij aangetekend schrijven kennis van de opname op de lijst van ongeschikte en/of onbewoonbare woningen of gebouwen.

Opschorting van inventarisatie:
Indien er een beroep wordt ingesteld tegen een ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring van een woning op basis van artikel 15§3 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode wordt de opname opgeschort voor de duur van het beroep.
Indien het beroep wordt afgewezen wordt de woning opgenomen in de lijst van ongeschikte en onbewoonbare woningen op datum van het respectievelijke besluit van de burgemeester of van de bevoegde minister.

Schrapping:
De ongeschiktheid en/of onbewoonbaar verklaarde woningen worden geschrapt uit de inventaris, na controle door de administratie en indien het pand voldoet aan de eisen van de Vlaamse Wooncode, op datum van het besluit van de burgemeester tot opheffing van de onbewoonbaar- en/of ongeschiktverklaring;

Inkohiering:
De aanslag gebeurt op basis van de gegevens waarover het college van burgemeester en schepenen beschikt. De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier met toepassing van de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Bezwaar:
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen de belastingsaanslag bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen of via e-mail op het e-mailadres belastingen@oostrozebeke.be worden ingediend, ondertekend zijn en worden gemotiveerd. De indiening van het bezwaar moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt: de naam, hoedanigheid, het adres of zetel van de belastingschuldige; het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden moet dit uitdrukkelijk vermelden in zijn bezwaar. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verzonden, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan naar enerzijds de belastingschuldige en, in voorkomend geval zijn vertegenwoordiger en anderzijds de financieel beheerder.

Formulier
Aanslagbiljet

Regelgeving & Links
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6, 7 tot en met 9 van het wetboek en latere wijzigingen van toepassing op alle in artikel 1 vermelde belastingen, voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen
belastingreglement (info) pdf (info)
Huisvestingsdienst Regio Izegem

Naar boven