Wegwijzer:

Belasting op gebouwen en/of woningen die beschouwd worden als leegstaand of onafgewerkt Printvriendelijke versiePDFVorige pagina

Wat?
Er wordt een gemeentebelasting gevestigd op gebouwen en/of woningen die worden beschouwd als leegstaand of onafgewerkt.

Gebouw:
Elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, dat niet beantwoordt  aan de definitie van woning en niet valt onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995 en latere wijzingen, houdende de maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

Woning:
Elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.

Leegstaand gebouw:
Een gebouw dat voor meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met de woningen die deel uitmaken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning, melding in de zin van artikel 4.2.2. van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende milieuvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voor handen is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals blijkt uit aangiften, akten of bescheiden. Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, zoals bedoeld in artikel 2 van het decreet van 19 april 1995 en latere wijzigingen houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont, en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. De bebouwde onroerende goederen die vallen onder toepassing van het decreet van 19 april 1995 en latere wijzigingen, houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijsruimten zijn niet onderworpen aan deze gemeentelijke belasting. 

Leegstaande woning:
Een woning die gedurende ten minste 12 opeenvolgende maanden niet effectief wordt gebruikt in overeenstemming met de woonfunctie, hetzij elke andere functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengt

Onafgewerkte woning of gebouw:
Een woning of gebouw waarvan de werken zijn aangevat in overeenstemming met artikel 128 van het decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999 en latere wijzigingen.

Renovatienota:
Een nota die bestaat uit
a) een overzicht van welke stedenbouwkundig niet vergunningsplichtige werken worden uitgevoerd met het oog op het wegwerken van de vastgestelde gebreken
b) een gedetailleerd tijdschema waarin wordt aangegeven binnen welke periode de werken zullen worden uitvoerd
c) een kopie van de offertes of facturen waaruit blijkt dat de werken uitgevoerd zijn of uitgevoerd zullen worden
d) plan of schets en enkele foto's van de bestaande toestand van het te renoveren gedeelte.

Belastbare grondslag:
Conform artikel 3.2.17 van het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid d.d. 18 maart 2009 is de gemeente gemachtigd tot het heffen van een leegstandheffing op gebouwen en woningen die zijn opgenomen in een leegstandsregister. Voorliggende reglementering wijkt af van de bepalingen in  de artikelen 3.2.19 tot en met 3.2.21 van genoemd decreet. Derhalve zijn deze artikelen niet van toepassing.

Voor wie?
Als belastingplichtige wordt beschouwd de houder van één van de hierna vermelde zakelijke rechten met betrekking tot een gebouw en/of woning op het ogenblik van de opname in onderstaande inventaris:
a)      de volle eigendom
b)      het recht van opstal of van erfpacht
c)      het vruchtgebruik
In geval van overdracht onder levenden, wordt de hoedanigheid van de eigenaar beoordeeld op de datum van de authentieke akte van de overdracht.
Indien er een erfpacht of opstalrecht bestaat, is de belasting verschuldigd door de erfpachter of opstalhouder. In geval van vruchtgebruik, is de vruchtgebruiker belastingplichtig. In geval van recht van bewoning is de rechthebbende belastingplichtig.

Zolang het gebouw en/of  de woning niet geschrapt is uit de gemeentelijke inventaris, wordt de houder van een zakelijk recht op het het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt als belastingplichtige van de nieuwe belasting beschouwd.

Behoort één van de zakelijke rechten in onverdeeldheid toe aan meer dan één persoon dan geldt de onverdeeldheid als belastingplichtige. De leden van de onverdeeldheid zijn hoofdelijk gehouden tot betaling van het verschuldigde bedrag à rato van hun deel in de onverdeeldheid.

Degene die een zakelijk recht overdraagt moet de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht van het zakelijk recht via een aangetekend schrijven en/of tegen ontvangstbewijs in kennis stellen van de opname van het gebouw, de woning en/of het perceel in de inventaris.

Degene die het zakelijk recht overdraagt bezorgt binnen de maand na het verlijden van de notariële akte aan de administratie een kopie van de authentieke akte.

Vrijstellingen
1) Indien de natuurlijke persoon die (mede)eigenaar en laatste bewoner is van een woning
* in een erkende ouderenvoorziening verblijft
* voor een langdurig verblijf werd opgnomen in een psychiatrische instelling
* of zich in een vergelijkbare situatie bevindt waarbij overmacht kan worden bewezen
2) Indien de woning of het gebouw minder dan twee jaar in zijn bezit is, te rekenen vanaf de datum van de notariële akte. De datum van de feitelijke eigendomsoverdracht is hierbij bepalend (geregeld via authentieke akte of desgevallend via een verkoopsovereenkomst die meteen de volledige eigendomsoverdracht regelt). Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten waarin de vroegere of nieuwe houder van het zakelijk recht participeert, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor meer dan 10 procent van het aandeelhouderschap
3) Indien hij een stedenbouwkundige vergunning voorlegt waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren. De vrijstelling gaat in vanaf de datum van toekenning van de stedenbouwkundige vergunning. Als de belastingplichtige binnen de termijn van twee maanden na kennisgeving van de administratieve akte een niet-vervallen stedenbouwkundige vergunning voorlegt die dateert van voor de kennisgeving, op basis waarvan de eerste inventarisatie van het gebouw en/of woning gebeurt, dan gaat de vrijstelling in op de inventarisatiedatum. De periode van vrijstelling duurt één jaar. Op basis van een gemotiveerde schriftelijke aanvraag gericht aan de administratie kan de houder van het zakelijk recht uitzonderlijk een verlenging van de vrijstelling verkrijgen van driemaal 1 jaar. Deze aanvraag moet uiterlijk 3 maanden voor het verstrijken van de vrijstellingsperiode aangevraagd worden en vermeldt de gegronde reden waarom de werken desgevallend nog niet konden aangevat of afgewerkt worden. De administratie doet uitspraak over de gegrondheid van de aanvraag. Er is geen combinatie van vrijgelling mogelijk met punt 4.
4) Indien hij een renovatienota voorlegt waaruit blijkt dat de nodige renovatiewerken zal uitvoeren en die goegekeurd wordt door de administratie. Als de belastingplichtige tijdens de termijn van twee maanden na kennisgeving van de administratieve akte een renovatienota voorlegt (bij voorkeur via standaardformulier dat ter beschikking gesteld wordt door de administratie)  waaruit o.m. blijkt dat de werkzaamheden al zijn aangevat voor de datum van de kennisgeving,  op basis waarvan de eerste inventarisatie van het gebouw van het gebouw en/of de woning gebeurt, dan gaat de vrijstelling in op de datum van de inventarisatie in plaats van de datum waarop de renovatienota voorgelegd wordt. De periode van vrijstelling duurt één jaar. Op basis van een gemotiveerde schriftelijke aanvraag gericht aan de administratie kan de houder van het zakelijk recht uitzonderlijk een verlenging van de vrijstelling verkrijgen van driemaal 1 jaar. Deze aanvraag moet uiterlijk 3 maanden voor het verstrijken van de vrijstellingsperiode aangevraagd worden en vermeldt de gegronde reden waarom de werken desgevallend nog niet konden aangevat of afgewerkt worden. De administratie doet uitspraak over de gegrondheid van de aanvraag. Er is geen combinatie van vrijstelling mogelijk met punt 3.
5)Indien:
* de gebouwen en/of woningen binnen de grenzen liggen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid
* de gebouwen en/of woningen die krachtens het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten zijn beschermd als monument en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard restauratiepremiedossier is ingediend, gedurende de termijn van behandeling.
* de gebouwen en/of woningen die getroffen zijn door een ramp, die zich heeft voorgedaan onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige, gedurende een periode van 2 jaar volgend op de datum van de ramp.
* de gebouwen en/of woningen waarvan het effectief gebruik onmogelijk is omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure of omwille van een andere procedure die het effectief gebruik van het pand onmogelijk maakt, vanaf het begin van onmogelijkheid tot effectief gebruik tot 2 jaar na het einde van de onmogelijkheid.
6) Indien de houder
* een sociale huisvestingsmaatschappij is, die door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen erkend is
* het OCMW
* de gemeente
* of een autonoom gemeentebedrijf is.

Waar kan ik terecht?
Huisvestingsdienst Regio Izegem: 051 32 16 22
Deze dienst werkt in opdracht van het gemeentebestuur.

U kan de dienst in Oostrozebeke bereiken op 056 67 11 85:
Iedere dinsdag van 15 u. tot 18 u.
Iedere vrijdag van 9 u. tot 12 u. 

Wat kost het?
Op datum van de inventarisatie is er geen belasting verschuldigd. De eerste heffing is verschuldigd vanaf de eerste verjaardag van de inventarisatiedatum. Behoudens eventuele vrijstelling zijn volgende heffingen van toepassing:
* eerste verjaardag van de inventarisatiedatum: 1 500,00 euro
* tweede verjaardag van de inventarisatiedatum: 2 250,00 euro
* derde verjaardag van de inventarisatiedatum: 3 000,00 euro
* alle verjaardagen volgend op de derde verjaardag van de inventarisatiedatum: 3 000,00 euro.

Wat zijn de stappen?
Inventarisatie:
De inventarisatie van de leegstaande of onafgewerkte  woningen, de geheel of gedeeltelijk leegstaande of onafgewerkte gebouwen of entiteiten in  gebouwen voor economische doeleinden, alsook de leegstaande woningen in gebouwen gebeurt op de datum van de opmaak van de administratieve akte tot vaststelling van de leegstand of onafgewerktheid.

Inventarisatiedatum:
De datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in de inventaris wordt opgenomen.

Wijze van inventarisatie:
Het vermoeden van leegstand of onafgewerktheid van de leegstaande woningen, de geheel of gedeeltelijk leegstaande woningen of entiteiten in gebouwen voor economische doeleinden alsook de leegstaande woningen in gebouwen kan mede gebeuren op basis van :
* het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister
* de onmogelijkheid om het gebouw te betreden bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang
* het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf
* het langdurig aanbieden van het gebouw of de woning als te huur of te koop
* het vermoeden van een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de woonfunctie of het normale gebruik van  het gebouw kan worden uitgesloten
* het vermoeden van het gebruik van een woonentiteit als domiciliewoning
* de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992
* getuigenissen
* enzovoort
Alle elementen die de leegstand of onafgewerkheid staven worden opgenomen in het verslag tot vaststelling van de leegstand en onafgewerktheid bijgevoegd als bijlage bij de administratieve akte.

De personeelsleden van de administratie zijn bevoegd om leegstand van een gebouw en/of woning op te sporen en in een administratieve akte vast te stellen, aan de hand van het verslag. Onverminderd de toepassing van artikel 89bis van het wetboek van strafvordering, hebben de genoemde personeelsleden van de administratie toegang tot de gebouwen en/of woningen om alle voor de gemeentelijke inventarisatie noodzakelijke opsporingen en vaststellingen te verrichten wanneer het vermoeden bestaat dat een gebouw en/of woning leegstaand is.

De houder van het zakelijk recht wordt bij aangetekend schrijven in kennis gesteld van de opname op de lijst van de leegstaande of onafgewerkte gebouwen en/of woningen middels een administratieve akte.

Betwistingen inventarisatie leegstand en onafgewerktheid:
De houder van het zakelijk recht kan de vaststelling van leegstand of onafgewerktheid binnen één maand na het ontvangen van de administratieve akte van leegstand of onafgewerktheid bij de administratie via aangetekende brief, tegen ontvangstbewijs of met een elektronisch aangetekende zending betwisten met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed, het bewijs leveren dat een leegstaand gebouw en/of woning effectief gebruikt wordt. Het beroepschrift wordt gedagtekend en bevat minimaal de volgende gegevens:
* de identiteit en het adres van de indiener
* de aanwijzing van de adminstratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft
* een of meer bewijsstukken die de vaststelling van leegstand betwisten

De administratie registreert elk inkomend beroepschrift. De administratie toetst de ontvankelijkheid van het beroepschrift. Het beroepschrift is alleen ontvankelijk in één van de volgende gevallen:
* het beroepschrift is te laat ingediend of niet ingediend overeenkomstig de bepalingen in artikel 3 inventaris 3.4. § 1
* het beroepschrift gaat niet uit van een zakelijk gerechtigde of zijn vertegenwoordiger die houder is van de volle eigendom, het recht van opstal of van erfpacht, het vruchtgebruik
* het beroepschrift is niet ondertekend
Als de administratie vaststelt dat het beroepschrift onontvankelijk is, deelt ze dat mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt.

De administratie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor de directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

Wanneer de vaststelling niet werd betwist, of het beroepschrift onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw en/of woning op in de gemeentelijke inventaris op de datum van de administratieve akte.

Schrapping:
Woningen en gebouwen die voorkomen op de lijst van leegstaande of onafgewerkte woningen of gebouwen worden geschrapt na beëindiging van de onafgewerktheid of na zes maanden ononderbroken bewoning, te rekenen van datum van bewoning of ingebruikname. De schrapping vindt plaats op datum van:
* effectieve bewoning van de woning
* na in gebruik name van het gebouw
* na een functiewijziging van het gebouw
* of na beëindiging van de onafgewerktheid

Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie op de wijze vermeld in artikel 3 inventaris 3.4. § 1.

Inkohiering:
De aanslag gebeurt op basis van de gegevens waarover het college van burgemeester en schepenen beschikt. De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier met toepassing van de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie-en gemeentebelastingen.

Bezwaar:
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen de belastingsaanslag bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen of via e-mail op het e-mailadres belastingen@oostrozebeke.be worden ingediend, ondertekend zijn en worden gemotiveerd. De indiening van het bezwaar moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt: de naam, hoedanigheid, het adres of zetel van de belastingschuldige; het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden moet dit uitdrukkelijk vermelden in zijn bezwaar. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verzonden, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan naar enerzijds de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds de finaniceel beheerder.

Formulier
Aanslagbiljet

Regelgeving & Links
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6, 7 tot en met 9 van het wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit wetboek en latere wijzigingen van toepassing, voor zover zij met name niet de belasting op de inkomsten betreffen.
belastingreglement (info)
Huisvestingsdienst Regio Izegem

Naar boven